Ziekenhuizen van de toekomst

Debat, assemblee van ziekenhuisbestuurders

Driekwart van de Nederlanders is pessimistisch over de toekomst van de zorg in ons land. Op de Conventie van Achlum discussiëren drie kopstukken uit de zorg over de ontwikkeling van ziekenhuizen. Hoe denken Marcel Levi (directeur AMC), Dees Brandjes (directeur Slotervaart) en Peter Bennemeer (directeur Bernhoven) over de toekomst van de zorg.

Lees meer

VIDEO

1168 views

Verslag

Ziekenhuizen van de toekomst

Sprekers

Marcel LeviPeter Bennemeer

Drie ziekenhuizen, drie totaal verschillende bestuurders. Levi is naast zijn bestuursfunctie ook internist, Brandjes is al 25 jaar in dienst van het Slotervaart en Bennemeer was ooit directeur van een snoepfabriek. Bekijk het filmpje voor het uitgebreide interview.

We verlenen te veel zorg

Lezing over zorg

Hoe kunnen we de solidariteit houden die we nu hebben? Dat was de vraag die Heleen Dupuis beantwoordt in haar lezing over de toekomst van de zorg. “We helpen de mensen die door het lot getroffen worden en gaan gezonder leven. En we kunnen best met wat minder zorg toe.”

Lees meer

VIDEO

715 views

Verslag

We verlenen te veel zorg

Sprekers

Heleen Dupuis

“In Nederland zien we een enorme solidariteit”, zegt Heleen Dupuis. Ze is lid van de VVD-fractie van de Eerste Kamer. Per jaar geven we aan zorg 88 miljard euro uit. Een Nederlander met een modaal inkomen - een verpleegkundige, politieagent of leraar - betaalt per jaar zeven tot achtduizend euro aan zorg. Dat is de eigen premie aan de ziektekostenverzekeraar, de AWBZ en het deel dat de werkgever van ons brutoloon afdraagt. “Verborgen bedragen, maar ter wereld een van de hoogste percentages per jaar”, licht ze toe. “Bijna een kwart van ons loon moeten we afstaan. De zorg is dus supersolidair geregeld, maar we voelen het niet zo. Dat komt omdat solidariteit meer gevoeld wordt als iemand die letterlijk naast ons staat. Als een kameraad.”

Hoe houden we de zorg dan betaalbaar, is de volgende vraag. Als iemand een ellendig lot overkomt, zoals een ziekte of een handicap, moeten we handelen, stelt Heleen Dupuis. “Bij solidariteit is het een voorwaarde dat het lot iemand treft. Niet door eigen toedoen. Voor groot leed horen we naast elkaar te staan.” Maar het is volgens haar de vraag of je dat bij ongezond leven ook moet doen. “We geven mensen maximale informatie hoe ze verstandig met lijf en leden kunnen omgaan. En bewaren de solidariteit tot waar iemand het niet meer redt. Anders overvragen we de zorg.”

Om rechtvaardige zorg te creëren geeft Heleen Dupuis verschillende opties:
- Mensen die gebruik maken van de zorg een hogere eigen bijdrage laten betalen.
- Een hogere eigen bijdrage voor hogere inkomens.
- Voorschieten van de nota van de huisarts.
- Mensen - en artsen - besef bijbrengen van de kosten van operatie of consult.
- Verminderen van de bureaucratie.
- Met zijn allen gezonder leven.

“We overdrijven het belang van zorg en kunnen ook veel zelf oplossen”, stelt ze. “Er wordt eerder te veel zorg verleend dan te weinig. Artsen die de meeste mensen redden zijn traumatologen, gynaecologen en tandartsen. Verder doen we het echte genezen zelf. Nederland is een land dat gewend is om vrij van de zorg gebruik te maken. Maar het mag wat moeilijker worden. Anders gaan we steeds meer premie betalen”, concludeert Dupuis.

Heleen Dupuis: ‘Er wordt eerder te veel zorg verleend dan te weinig. Het echte genezen doen we meestal zelf.’

Een snellere en betere diagnose

College De toekomst van medicijnen

Peter van der Spek, hoogleraar bio-informatica aan de Erasmus Universiteit onderzoekt het menselijke ‘genoom’, de verzameling van alle genen van een persoon. De afgelopen jaren is gigantisch geïnvesteerd in kennis. Die is nu toepasbaar in de kliniek. De vraag is: hoe gaan we dat effectief doen?

Lees meer
Verslag

Een snellere en betere diagnose

Sprekers

Peter van der Spek

Onderzoek naar de menselijke genetische eigenschappen kan leiden tot een snellere en betere diagnose van bijvoorbeeld kanker. Daardoor kan een gerichte behandeling worden ingezet. Wat Peter van der Spek eigenlijk doet, is genetisch materiaal van mensen met een bepaald type kanker met elkaar vergelijken. Zo ontdekt hij waar overeenkomsten zitten tussen de ‘foutjes’ die in dit genetisch materiaal zijn ontstaan. Die overeenkomsten zijn het waard om verder onderzocht te worden, want kennelijk zitten daar oorzaken voor het ontstaan van kanker. Neem bijvoorbeeld bloedkanker. Onderzoek toont ‘foutjes’ in het DNA die bij meerdere bloedkankerpatiënten zijn gevonden. Zo worden per gen de ‘mutaties’ opgespoord die karakteristiek zijn voor een bepaalde groep mensen. Vervolgens kun je medicijnen inzetten die speciaal gericht zijn op die mutatie.

Er lopen twee onderzoeken om te zien of deze kennis ook preventief kan worden ingezet. Een bij 12.000 kinderen die in het Sophia Kinderziekenhuis zijn geboren en een bij 15.000 55-plussers. Met de gegevens uit deze onderzoeken kunnen ook ‘profielen’ worden gemaakt van gezonde mensen, om deze te vergelijken met die van mensen die al ziek zijn. Hij benadrukt dat het belangrijk is om nu schaalgrootte te creëren. Er zijn acht universitair medische centra in Nederland. Zij moeten gaan samenwerken met een aantal zorgverzekeraars om de kennis die er nu is, ook te gaan toepassen in de klinieken.

En als je dan later kanker krijgt, kun je de arts dan vragen om een DNA-profiel te maken en dat profiel te matchen met cytostatica? In het Erasmus MC blijkt dat nu al te kunnen, voor sommige kankersoorten. Een goede samenwerking tussen de medische centra en de zorgverzekeraars moet ervoor zorgen dat de kennis die er is breder wordt toegepast.

Prof.dr. Peter van der Spek: ‘De publicatie in de New England Journal of Medicine is voor mij wat de Olympische Spelen betekenen voor een sporter.’
‘Slechts 4 procent van de kosten in de zorg gaat naar diagnostiek, terwijl 72 procent van de beslissingen is gebaseerd op diagnostiek.’

Hoe organiseren we de zorg?

Verdiepingsgesprek Deltaplan diabetes

Het aantal diabetespatiënten groeit wereldwijd in een rap tempo. In Nederland zijn er ruim 600.000 mensen met de ziekte. Elk jaar krijgen 70.000 mensen de diagnose ‘diabetes’. Kunnen we dit aantal terugdringen? En hoe organiseren we de zorg rond diabetes?

Lees meer
Verslag

Hoe organiseren we de zorg?

Sprekers

Henk-Jan AanstootPiet van der WalTineke Ceelen

Jacobine Geel stelt deze vragen aan Henk Jan Aanstoot (oprichter van Diabeter, expertisecentrum voor kinderen en jongvolwassenen met diabetes), Tineke Ceelen (directeur van Stichting Vluchteling en diabeticus) en Piet van der Wal (medisch directeur van farmaceutisch bedrijf Novo Nordisk).

Tineke Ceelen pleit voor meer begrip voor de ziekte: “Met diabetes ben je elke dag bezig. Veel mensen reageren laconiek als ik vertel dat ik diabeet ben: ‘Oh, daar kun je oud mee worden.’ Diabetici moeten ook zelf eerlijker kunnen zijn over de ziekte: je zegt gemakkelijk dat het goed met je gaat, maar je moet eerlijk zijn. Het valt niet altijd mee. Ik heb een leuk leven, maar niet dankzij diabetes.”

Van voorlichting gaat ook een preventieve werking uit. Diabetes type 2 heeft vaak een verband met leefstijl, overgewicht en leeftijd. Meer informatie over een gezonde leefstijl is belangrijk. Op school kennen jongeren diabetes niet. Met de toenemende mate van overgewicht onder jongeren lijkt mij dat er meer voorlichting nodig is.
Henk Jan Aanstoot benadrukt dat ‘type 2’ geen eigen-schuld-dikke-bultsyndroom is. “De mensheid heeft hongersnoden overleefd en nu we meer welvaart hebben, ontwikkelt zich deze ziekte.” Hij onderkent het belang om de leefstijl te veranderen. “Maar dat is lastig. Ongezond eten is goedkoper dan gezond eten en sporten is duurder dan niet sporten.”

Waartoe moet het Deltaplan leiden? Volgens Tineke Geelen tot een praktischer, respectvoller en efficiëntere behandeling. “Deze ziekte gaat nooit meer over, maar de zorg verbeteren, leidt tot een plezieriger leven.” Henk Jan Aanstoot: “Het moet vooral bestaan uit betere voorlichting over de ziekte en uit het verbeteren van de zorg.” Ook ligt er een verantwoordelijkheid bij het onderwijs. Want als zwemlessen worden afgeschaft, er steeds minder gymles is en je in de kantine volop snoep en chocolade kunt kopen; dan zijn we verkeerd bezig.

Dankzij de ervaringen van Piet van der Wal in Suriname (“Diabetes komt daar drie keer zo vaak voor, dankzij de huidskleur en de eetgewoonten. Het is er een groot taboe.”) en Tineke Geelen, die voor haar werk vaak in vluchtelingenkampen komt (“Daar heb ik nog nooit insuline gezien.”) krijgen we inzicht in het probleem dat diabetes wereldwijd vormt. Mensen met een donkere huidskleur hebben meer kans om diabetes te krijgen. Maar de ziekte groeit het snelst in opkomende economieën als China en Zuid-Amerika. Een Deltaplan dat diabetes wereldwijd een halt toeroept, lijkt dus geen overbodige zaak.

Henk Jan Aanstoot: ‘Het is lastig. Vergeet niet dat ongezond eten goedkoper is dan gezond eten en dat sporten duurder is dan niet sporten.’
Piet van der Wal: ‘In Suriname is diabetes een groot taboe. Kinderen die het hebben, overlijden er daar waarschijnlijk aan.’

Explosieve zorgkosten

Debat Maatschappij Monitor Zorg

De zorgkosten stijgen explosief doordat mensen langer en vaker gebruikmaken van medische voorzieningen. Door vergrijzing en de toename van de vraag naar zorg dreigen verder grote personeelstekorten.

Lees meer
Verslag

Explosieve zorgkosten

Sprekers

Pieter OmtzigtAndré KnottnerusMarjolein VerstappenHans Anker

Tijdens het debat gaan Marjolein Verstappen (directeur Zorginkoop Achmea), Pieter Omzigt (Tweede Kamerlid CDA), Hans Anker (opinileider, onderzoeker Maatschappij Monitor) en André Knottnerus (voorzitter Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) hierover met elkaar in gesprek.

Megalomaan project of realistische ambitie?

Verdiepingsgesprek Op weg naar de Olympische Spelen 2028

“We worden met z’n allen steeds ouder”, zegt Erben Wennemars. “En sport levert een belangrijke bijdrage aan de gezondheid, ook als we ouder worden.” De sprekers zijn het er over eens dat de doelstelling de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen, eraan bij kan dragen om sport nog breder neer te zetten.

Lees meer

VIDEO

1200 views

Verslag

Megalomaan project of realistische ambitie?

Sprekers

Gerard DielessenErben WennemarsP. van den HoogenbandMonique van der Vorst

Gerard Dielessen (voorzitter van het NOC-NSF), Erben Wennemars (Olympisch medaillewinnaar), Pieter van den Hoogeband (Olympisch kampioen), Gerard Kemkes (Olympisch topcoach) en Monique van der Vorst (oud-Paralympisch medaillewinnaar) gaan met elkaar in discussie over de ambitie om de Olympische Spelen van 2028 naar Nederland te halen. Presentator en sportjournalist Hidde van Warmerdam vraagt eerst aandacht voor het bijzondere verhaal van topsportster Monique van der Vorst. Het is bepaald niet vanzelfsprekend dat zij de trap van het podium oploopt. De sportster is hier namelijk als oud-Paralympisch medaillewinnaar voor het onderdeel handbiken. Ze vertelt: “Sinds mijn dertiende was ik verlamd in mijn benen, maar tijdens een training vorig jaar werd ik aangereden en kreeg ik heftige spasmen in mijn benen. Door het ongeluk kwam het gevoel terug in mijn benen. Toen ben ik heel hard gaan trainen en inmiddels kan ik weer lopen.”

Het is een bijzonder verhaal en het doorzettingsvermogen van Monique van der Vorst roept bewondering op. Dan stelt Van Warmerdam dé vraag aan Gerard Dielissen van NOC-NSF. “Waarom zo’n megalomaan project?” Gerard Dielessen: “Een megalomaan project zou ik onze Olympische ambitie niet willen noemen. Wel een mooie droom, maar eentje die we echt willen realiseren. Nederland wil de sportdeelname van de Nederlanders vergroten, wil een betere gezondheid voor haar bevolking, wil grote sportevenementen naar Nederland halen, wil dat haar topsporters tot de top tien van de wereld gaan behoren. De ambitie om de Olympische Spelen naar Nederland te halen, kan een belangrijke aanjagersrol op al deze vlakken betekenen.” Van Warmerdam richt zich tot Gerard Kemkes: “Is deze droom wel reëel?” Hij antwoordt: “Ja, vind ik wel. We zeggen altijd: Nederland is zo’n klein landje. Maar waarom moeten wij ons zo positioneren? Ik denk dat wij dat gewoon kunnen en aan zo’n droom kleven ontzettend veel voordelen. Het kan eraan bijdragen om de sport nog breder neer te zetten in de Nederlandse samenleving. Met de doelstelling Olympische Spelen in 2028 kunnen we sport een belangrijke basis geven in Nederland.”

“Erben, waarom is sport zo belangrijk?”, vraagt Van Warmerdam. Erben Wennemars: “We worden met zijn allen steeds ouder. Sport levert een belangrijke bijdrage aan de gezondheid, ook als we ouder worden. Maar waar ik voor vrees, is dat we nu allemaal bestaande plannen schuiven onder de noemer Olympische Spelen 2028, en ik wil graag weten: welke extra dingen gaan we doen? Wat gaat het de samenleving voor een extra’s opleveren?”

Van Warmderdam speelt de vraag door naar Gerard Dielissen: “Waar gaan jullie beginnen het verschil te maken?” Dielessen: “Laten we beginnen met een verschrikkelijk belangrijk ding: alle kinderen aan het sporten te krijgen. Laten we zorgen dat sporten verplicht wordt op de basisschool. Ik vind dat minister Edith Schippers veel goed doet, maar het ergert me als ze weer niets zegt over sporten op school.” Van Warmerdam: “Gerard Kemkes, ben jij het hiermee eens?” “Ja, ik ben van huis uit gymleraar, dus hoe kan ik het er niet mee eens zijn. Mag ik een voorbeeld geven? Bij ons in het dorp komt het lokale zwembad structureel 200.000 euro per jaar te kort. Dus nu woedt er een discussie of het zwembad moet sluiten. Terwijl dat zwembad 365 dagen per jaar een enorme positieve impact heeft op de kinderen in ons dorp. Ik begrijp werkelijk niet dat we in Nederland zulke discussies voeren.”

Van Warmerdam vraagt aan Pieter van den Hoogeband wat de eerste stappen zijn die genomen moeten worden om de ambitie te realiseren? “Ik zou zeggen: gebruik de topsporters om draagvlak te krijgen onder de bevolking, maar zet ook de breedtesporters in om aandacht te vragen voor de Olympische ambitie.’ Erben Wennemars besluit: ‘We moeten er wel in geloven en de Nederlanders meekrijgen, anders gaat het nooit lukken.”

Gerard Dielessen: ‘Een megalomaan project zou ik het niet willen noemen. Wel een mooie droom, maar eentje die we echt willen realiseren.’
Monique van der Vorst:‘Nu ik weer kan lopen, ga ik hoe dan ook aan de Olympische Spelen meedoen. Waarmee? Dat weet ik nog niet.’

Besparen of investeren?

College De directeur van GGZ reflecteert

De bezuinigingen van het kabinet op de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) vallen bij Paul van Rooij helemaal verkeerd. “Met hogere eigen bijdragen en verlaging van de vergoedingen wordt de zorg minder goed bereikbaar”, vindt de directeur van GGZ Nederland. Er zijn wel besparingen denkbaar, maar daar gaan investeringen aan vooraf.

Lees meer
Verslag

Besparen of investeren?

Sprekers

Paul van Rooij

De verslavingsproblematiek kost de maatschappij veel geld. GGZ Nederland heeft berekend dat een investering in goede verslavingszorg geld oplevert: “Iedere euro levert een besparing op van 2,13 euro aan maatschappelijke kosten”, vertelt Paul van Rooij. Ook pleit hij voor meer E-mental health. “Nederland is koploper op dit gebied. Een hele generatie groeit nu op met e-mail. Jongeren tussen de 15 en 25 jaar vormen de groep die het meest gebruikmaken van geestelijke gezondheidszorg. GGZ Nederland pleit voor het vergroten van de mogelijkheden voor behandeling via internet, die 20 tot 30 procent goedkoper zijn dan reguliere behandelingen.”

Zijn punt: deze investeringen zijn goed voor de zorg en leiden tot bezuinigingen. Maar het verhogen van de eigen bijdrage voor geestelijke gezondheidszorg en het schrappen van vergoedingen maken de stap naar hulpverlening moeilijker. Bijkomend probleem: die stap is nog altijd lastig te nemen.

Paul van Rooij houdt geen lange monoloog maar zoekt al snel de dialoog met het publiek. Hij wil innoveren en investeren. In behandelingen en in begrip en acceptatie. “Ik ben benieuwd of jullie daarbij kunnen helpen”, stelt hij hoopvol. “Ik vind het belangrijk om steeds onder de aandacht te brengen wat psychische gezondheidszorg is.”
Het publiek heeft daar begrip voor. ‘De meeste mensen weten nog steeds niet wat een psychose is’, reageert iemand. En ‘mensen accepteren geen buurman die psychische hulp nodig heeft’. Het is herkenbaar. “We hebben wel eens een collecte gehouden; die leverde nauwelijks wat op.” De maatschappij is er misschien nog niet klaar voor, oppert een mevrouw.

Maar het publiek vraagt ook vooral om goede zorg. “Moet u daar niet eerst voor zorgen?”, vraagt iemand. Dat is ‘goede geestelijke gezondheidszorg leveren, meegaan met de tijd en meer efficiency bereiken’, legt Van Rooij uit. Heel belangrijk, erkent een meneer. Het gaat er vooral om dat een behandeling snel en goed wordt opgepakt als iemand die nodig heeft.

Paul van Rooij: ‘We hebben wel eens een collecte gehouden, maar dat leverde nauwelijks wat op.’

Een verkenning van de toekomst

College Een verkenning van de toekomst

Hoe moeten de vier domeinen: zorg, wonen, pensioen en werken, verbonden worden? Hoe kweken we de solidariteit die onze samenleving vraagt? Wat te doen met je pensioen? Martin van Rijn, voorzitter Raad van Bestuur PGGM, probeert antwoord te geven op deze vragen. Een lezing over gezondheidszorg en pensioen in de breedste zin.

Lees meer
Verslag

Een verkenning van de toekomst

Sprekers

Martin van Rijn

Martin van Rijn geeft zijn visie over gezondheidszorg en pensioenen. PGGM beheert de pensioengelden van vele miljoenen Nederlanders en is voortdurend bezig met de vraag: “Wat moet je doen met het pensioen?” PGGM stelde deze vraag in een onderzoek, uitgevoerd onder 15.000 mensen, over hoe mensen aankijken tegen hun ‘oude dag’. Hij noemt een aantal uitspraken uit het onderzoek: ‘Ik heb 40 jaar gezorgd voor anderen, wie zorgt er straks voor mij?’ of: ‘Je kunt beter mensen sparen dan geld sparen’. De volgende uitspraak is wat Van Rijn betreft een gewaagde: ‘Ouderen zijn de reddingsboei van de zorg’.
De conclusies uit het onderzoek moeten nog volgen, maar wat al blijkt uit deze uitspraken, is dat de ondervraagden zich zorgen maken over het tekort aan arbeidskrachten en wat dit tekort betekent voor de zorg van de toekomst.

Wat blijkt uit Van Rijns lezing is dat je zorg, wonen, pensioen en werken niet los van elkaar kunt zien. Is het allemaal wel goed geregeld als we straks met pensioen gaan: Hoe gaan we wonen? Wie beantwoordt de eventuele zorgvraag? Wat ga ik doen na mijn pensioen? Nederlanders betalen veel premies en belastingen en dat wordt alleen maar meer. De premies voor de zorg en de woonkosten stijgen. Het gebruik van de zorg neemt toe, terwijl de beroepsbevolking afneemt.

Van Rijn ziet in Alzheimer een groot probleem: “Over tien jaar zijn er 450.000 tot 500.000 mensen die aan deze ziekte lijden. Er zijn drie keer zoveel mensen nodig om die mensen van de juiste zorg te voorzien.” Investeren in preventie is waar hij voor pleit. Alleen ziet hij dit op korte termijn niet gebeuren. Daarvoor is een verandering in denkwijze nodig is, die nog niet echt op gang gekomen is.

Een laatste vraag: “Als mensen hun toekomst geregeld willen hebben, waarom kan er dan geen vorm komen van pensioen in natura?” Van Rijn: “Dat is een van de mogelijkheden die we onderzoeken, echter meer als keuzemogelijkheid en niet als verplichting. Iedereen heeft eigen ideeën over de invulling van het pensioen. De één regelt liever zelf de pensioenzaken en wil geld. De ander ziet meer in een pensioenarrangement.”

Martin Van Rijn: ‘Iedereen heeft eigen ideeën over de invulling van het pensioen. De één regelt liever zelf de pensioenzaken en wil geld. De ander ziet meer in een pensioen- arrangement.’

Het woord is aan de leiding

Verdiepingsgesprek over leiding geven

Het succes van een team, of dat nu in de sport is of in het bedrijfsleven, hangt voor een groot deel af van de leider. Of niet? En als het wel zo is, wat is dan goed leiderschap? Voetbaltrainer Foppe de Haan, schaatstrainer Ingrid Paul, KNVB-bestuurder Clémence Ross en bestuurslid Eureko/Achmea Jeroen van Breda Vriesman delen hun visie met elkaar.

Lees meer

VIDEO

2094 views

Verslag

Het woord is aan de leiding

Sprekers

Clemence RossIngrid PaulFoppe de HaanJ van Breda Vriesman

Gespreksleider Hidde van Warmerdam stelt de eerste vraag: “Is er verschil tussen mannelijk en vrouwelijk leiderschap?” En daaropvolgend: “Waarom wordt talent in Nederland niet gewaardeerd?” Ingrid Paul: “Coachen is mijn beroep en dat doe ik als persoon, niet per se als vrouw.” Clémence Ross: “Ik zie meer verschillen tussen generaties dan tussen mannen en vrouwen.” “Mannen en vrouwen verschillen wel”, vindt Foppe de Haan. “Leiding geven is vakinhoud én richting geven aan gedrag. En vrouwen hebben een andere invalshoek als het om gedrag gaat.” Jeroen van Breda Vriesman: “Leiding geven is hoofd, hart en handen. Vrouwen geven daar een andere weging aan; meer hart. Ik denk dat dit effectiever is.”

En dan een volgende vraag, over de Nederlandse mentaliteit. Ross: “In Nederland lacht men je uit als je zegt dat je bij de volgende Spelen goud wilt halen. In Canada, waar ik lang gewerkt heb, kun je dan juist rekenen op alle steun.” Van Breda Vriesman: “Het zit in onze cultuur: we accepteren het niet als mensen aan de onderkant uitvallen dus daar gaat veel aandacht naartoe. De bovenkant is minder belangrijk.”

De nieuwe bondscoach van Tuvalu was niet direct al de gewaardeerde leider van nu. Foppe de Haan: “Dertig jaar geleden kwam ik bij Heerenveen. Ik dacht dat ik het allemaal wel wist. Ik was me toch druk bezig! Na de training zweette ik nog meer dan de jongens. Een soort Van Gaal, zeg maar. Mijn vriend Klaas, een boerenzoon, zei: ‘Je moet eens wat meer naar de natuur kijken. Een plensbui is niet effectief, gestage motregen wel.’ Daar heb ik veel van geleerd. Je moet willen kijken en luisteren.” Ross: “Leiding geven is ook zorgen dat je elk individu geeft wat hij nodig heeft en daar moet je jezelf voor durven geven. Maatwerk is ook wederkerigheid.”

Is de goede leider ook degene die de juiste mensen om zich heen verzamelt? Jeroen van Breda Vriesman: “Alleen als je ze op de juiste plek zet en consistent bent. Je moet als leider de voorwaarden scheppen om mensen te laten floreren.” Ingrid Paul: “Rolverdeling is heel belangrijk. Hoe beter het team, hoe beter het individu. En daarmee wordt het team weer sterker, ook in een individuele sport als schaatsen. In 2008 wilden mijn Canadese dames geen team pursuit rijden, nu zijn ze de top. Jij moet ze dat eerst doen geloven.” Waar deze vier succesvolle leiders het over eens zijn is dat de leider niet bang moet zijn voor sterke mensen om zich heen, voor concurrentie. Van Breda Vriesman: “Verzamel juist mensen om je heen die loyaal zijn, maar tegengas durven geven. Daar word jij als leider alleen maar beter van. En onderzoek heeft allang uitgewezen: leiders leren meer van de praktijk dan uit de boeken.”

Aan het einde van het gesprek legt Hidde van Warmerdam de sprekers de kwestie Theo Janssen voor. De topvoetballer heeft zijn droomtransfer naar Ajax binnen. Maar trainer Frank de Boer wil hem geen sigaretjes zien roken. De sprekers zijn eensluidend: “Ajax wist dat Janssen een roker is. Als je die niet binnen je club wilt, moet je hem niet kopen. Je neemt een voetballer vanwege zijn prestaties, roker of niet.”

De Haan: ‘Een goede leider trekt niet alles uit de kast, maar trekt het juiste laatje open. Ieder mens heeft z'n eigen laatjes.’

Hoe zet je de patiënt centraal in de zorg?

Huiskamergesprek De patiënt centraal

Jan Willem van Aalst (oprichter adviesbureau Imergis) vraagt iedereen om op te staan en in paren elkaars rug van boven tot beneden af te kloppen. De sfeer is meteen informeel en ondanks, of misschien wel dankzij, het wat zweverige begin ontspint zich een inhoudelijk serieus gesprek met ook Ton Plekkenpol (trendwatcher Quasar) en Jan van der West (adviseur duurzame gezondheid HDN) over hoe je de patiënt centraal kunt zetten in de zorg.

Lees meer
Verslag

Hoe zet je de patiënt centraal in de zorg?

Sprekers

Jan Willem van Aalst

“De eigen verantwoordelijkheid in de zorg wordt weggenomen door de witte jassen”, stelt een van de aanwezigen. Bovendien benaderen artsen en andere hulpverleners hun patiënten traditioneel vanuit de klacht. Hoe kun je dan de patiënt echt centraal stellen, is de vraag in dit huiskamergesprek. “Zorg moet meer dialoog gestuurd worden”, vindt een spreker. Belangrijk is dat de zorgverlener je tot nadenken aanzet. Samen met je arts kom je dan tot een geaccepteerde zorgvraag. Zo kom je als patiënt zelf in je kracht en dat bevordert het genezingsproces. Het grote dilemma daarbij is de factor tijd. Want artsen hebben daar per definitie te weinig van. Toch zijn er wel oplossingen denkbaar. Iemand geeft het voorbeeld dat haar huisarts een telefonisch spreekuur heeft en vragen ook via e-mail beantwoordt. Als patiënt krijg je toch aandacht en de arts kan meer tijd besteden aan mensen die dat echt nodig hebben.

Ook ziekenhuizen kunnen patiënten meer stimuleren verantwoordelijkheid te nemen. In Amerika, maar ook in Nederland zijn er al enkele ziekenhuizen die dat doen. Dat begint bij een gezamenlijke visie van de artsen in het ziekenhuis. Bovendien moeten zorginstellingen slimmer omgaan met geld. “Zorg is erg versnipperd”, merkt iemand op. Als instellingen bepaalde zorg standaardiseren, kun je op enkele plaatsen zorg op maat geven. Dat vraagt wat van de zorginstellingen: gun elkaar een specialisatie, dat komt de zorg en de patiënt ten goede.

Maar het kan niet alleen van de kant van de hulpverleners komen. Zelf heb je ook een verantwoordelijkheid. Om te voorkomen dat je patiënt wordt, bijvoorbeeld. Preventie is het sleutelwoord. Op dit moment gaat slechts 4 procent van het budget in de zorg naar preventie. Dat zou omhoog moeten volgens de aanwezigen.

Een andere belangrijke factor die onderkend wordt, is dat artsen op een bepaalde manier geschoold zijn. In de opleiding van artsen zou daarom meer aandacht moeten komen voor de dialoog met de patiënt. Een van de aanwezigen betoogt dat als je de patiënt in overleg met zijn arts meer zelf laat beslissen, dit ten gunste komt van de arts-patiënt relatie. Daarnaast valt er nog veel winst te halen uit de samenwerking tussen artsen en paramedici, zegt een fysiotherapeute. Eigenlijk zouden artsen, paramedici en patiënt als één team moeten samenwerken.

De patiënt centraal stellen en meer verantwoordelijkheid geven is een mooi streven, maar toch wordt ook een woord van waarschuwing uitgesproken. Niet alle patiënten zijn er gelukkig mee of kunnen en willen zelf keuzes maken. Let op dat je niet doorslaat, luidt het dringend advies.

‘De eigen verantwoordelijkheid in de zorg wordt weggenomen door de witte jassen’.
‘Als meer mensen zelf de regie over hun gezondheid hebben, gaan er minder naar de dokter. En die heeft vervolgens meer tijd voor een patiënt die het echt nodig heeft’.

Hoe vitaal ben jij?

Huiskamergesprek Vitaliteit en de toekomst van Nederland

“Zo’n 50 procent van de volwassenen en 25 procent van de kinderen voldoet aan de beweegnorm van 30 minuten per dag. Van de volwassenen kampt 47 procent met overgewicht en 14 procent van de kinderen.” Tamara Pieterse, manager Commerciële Ontwikkeling en Innovatie bij Achmea schetst aan de hand van deze cijfers de zorgelijke vitaliteitsituatie in Nederland.

Lees meer
Verslag

Hoe vitaal ben jij?

Sprekers

Tamara Pieterse

Sinds een aantal jaren investeert Achmea in Healthcenters en Lifechecks. “Als je kijkt naar de eisen die aan mensen worden gesteld in het bedrijfsleven, dan nemen die samen met het tempo ontzettend toe”, vertelt Tamara Pieterse. “Daarom investeren zorgverzekeraars in preventie. Topsporters leren dat je na een topprestatie rust neemt. In het bedrijfsleven gebeurt dat niet. Omdat er meer en meer gevraagd wordt van mensen is het noodzakelijk om preventieve maatregelen te nemen om mensen vitaal te houden.”

Achmea biedt programma’s aan via bedrijven en scholen. In deze projecten trainen we eerst de directie en managers. Zaken die hierbij aan de orde komen: ‘Hoeveel slaap je?’, ‘Hoeveel koffie drink je?’, Hoeveel beweeg je?’ en ‘Hoeveel pauze neem je?’

Tamara Pieterse introduceert Daniël Zavrel van Being in Business. Hij is coach en helpt topmanagers hun hartritme te reguleren en hiermee de hoeveelheid stress te verminderen. Dit komt ten goede aan de prestaties van deze managers. “We kunnen stress reguleren door hartcoherentie”, aldus Zavrel. “Deelnemers reageren positief. Ze voelen zich minder moe, minder geprikkeld en gewoon lekkerder in hun vel.”

Dat een simpele oefening kan leiden tot een ander, coherenter hartritme toont hij aan door een experiment uit te voeren. Drie aanwezigen krijgen via hun oorlelletje een monitor aangelegd. De eerste metingen bij de deelnemers bevatten veel rood, een beetje blauw en weinig groen. Rood staat voor stress. Het rood zorgt er voor dat we niet optimaal presteren. “Onder stress zijn we 80 procent dommer”, aldus Zavrel. Hij leert ons een ademhalingsoefening. Stap een: Leg je handen op je hartstreek en adem door je hartstreek in. Stap twee: adem in 4 tellen in en in 4 tellen uit. En stap drie: adem een positief gevoel in. Na de oefening, die ongeveer twee minuten duurt, meet Zavrel het hartritme van de deelnemers opnieuw. Het resultaat is verbluffend. Bij alle deelnemers is het rood verminderd en het groen toegenomen. De verschillende hartritmes zijn bovendien harmonieuzer. Een simpele oefening kan dus behoorlijk veel invloed hebben op je hartritme.

Tamara Pieterse: ‘We werken graag met groepen want door de sociale druk krijg je sneller betere resultaten.’
‘In de Westerse samenleving bedienen we vooral het gaspedaal. Waar het rempedaal zit, zijn we vergeten.’

Het is niet mijn of jouw club, het is onze club

In gesprek met Foppe de Haan en Riemer van de Velde

Oud-voorzitter van voetbalclub Heerenveen Riemer van der Velde en trainer Foppe de Haan leggen in een bomvolle ijzersmederij de nadruk op betrokkenheid en solidariteit. “Alleen zo kweek je saamhorigheid.”

Lees meer
Verslag

Het is niet mijn of jouw club, het is onze club

Sprekers

Foppe de HaanRiemer van der Velde

Foppe de Haan is verlaat en dus zet de oud-voorzitter van sportclub Heerenveen het op een roepen. “Fooooopppuh”. De toekomstige oefenmeester van de archipel Tuvalu is nog even in gesprek verwikkeld maar komt daarna aangesneld. Riemer van der Velde: “We proberen een beeld van onze samenwerking te schetsen en waar mogelijk een anekdote te produceren.” Met een stalen gezicht: “Maar dat laatste is lastig genoeg, want zo grappig is Foppe helemaal niet.” Een lachsalvo van het publiek volgt. Foppe de Haan, oud schoolmeester, laat zich niet uit het veld slaan. Hij verhaalt over de kennismaking met Van der Velde. Samen smeden ze een plan voor sportclub Heerenveen. Uitgangspunten: niet meer uitgeven dan er binnenkomt en we doen het met jongens uit de regio. Van der Velde: “Foppe ging zich bezighouden met de onderbouw. In de jeugd moest het fundament worden gelegd.”

Van der Velde wil afscheid nemen van het ‘God zegene de greep-voetbal’. Hij ziet in Foppe de Haan de ideale persoon om Heerenveen te begeleiden naar een technischer en meer verzorgde speelstijl. Dat resulteert in 2000 in kwalificatie voor de Champions League en twee keer een bekerfinale. De Haan: “De basis ligt in betrokkenheid. Toen ik aantrad, was er nauwelijks verbondenheid met clubs in de regio. Als ons eigen trainingsveld er slecht bij lag, wilde niemand ons tijdelijk een plek geven. Dat moest anders. Het is niet mijn of jouw club, maar onze club.” Die gedragenheid in combinatie met saamhorigheid in de samenleving komt er volgens Van de Velde al snel. “Daar was ons succes op gebaseerd.” Die saamhorigheid probeert De Haan ook bij Ajax Cape Town erin te brengen. “Breng voetbal de wijk in, wijs op gevaren van AIDS, het nut van gezonde voeding en vertel dat je je school hebt afgemaakt.” “En wees open”, benadrukt De Haan op het laatst. “Alleen dan kun je begrip kweken en ben je te helpen.” Het maken in de voetbalwereld hangt niet alleen van voetbaltalent af. “Dat is slechts het basispakket. Je moet ook een absolute wil hebben om er alles uit te halen. Daar kom je een heel eind mee.”

Gezonder leven

Huiskamergesprek Leefstijl onder de loep

Hoe spoor je kinderen en volwassenen aan tot meer bewegen, met het oog op overgewicht en diabetes? Maar ook in ogenschouw nemend dat de ziektekosten in Nederland al hoog zijn en de verwachting is dat deze alleen nog maar toenemen? Een groepsdiscussie over een verandering van levensstijl, onder leiding van oud-staatssecretaris van Volksgezondheid en Sport Clémence Ross.

Lees meer
Verslag

Gezonder leven

Sprekers

Clemence Ross

“Is er nog iemand bij wie je altijd al op schoot hebt willen zitten? Grijp dan nu je kans, want alle stoelen zijn inmiddels bezet”, grapt Clémence Ross. Zij opent de discussie over gezonder leven en de maatschappelijke vraagstukken die daarbij horen. “De helft van de jeugd leeft ongezond. Uit berekeningen blijkt dat zij daardoor veertien jaar meer ziek zullen zijn en zeven jaar eerder dood gaan. Verder geldt dat bij jongeren in achterstandswijken één op de vijf te dik is. Dit leidt niet alleen tot hart- en vaatziekten, maar ook tot diabetes, bepaalde vormen van kanker en gewrichtsproblemen. Obesitas is lange tijd gezien als uitsluitend een medisch probleem, maar ik ben van mening dat het een maatschappelijk vraagstuk is dat een massieve aanpak verdient. Verzekeraars zouden meer kunnen doen in de sfeer van preventie en scholen moeten nog meer doen aan voorlichting. Bovendien zou binnen het onderwijs ook meer focus kunnen liggen op het actief aanbieden van sport, als onderdeel van het lespakket. Een massieve aanpak, kortom. Hoe zien jullie dat?”

Iemand antwoordt: “Ik vraag me af of dat laatste helpt. In Amerika is sport een essentieel onderdeel van de scholing en toch zijn daar nog veel meer kinderen dan hier te dik.” “Misschien moet bij sport minder de nadruk liggen op de prestaties. Op de hockeyvereniging van mijn dochter krijgt de beste van het team de meeste training en de leukste shirtjes. De middenmoot wordt een beetje vergeten en haakt daardoor gemakkelijker af. Er moet meer aandacht komen voor sport als een leuke bezigheid en als een manier om vrienden te maken.”

Clémence Ross: “Ik heb het idee dat er op verschillende fronten een normverschuiving plaats vindt. Dik zijn wordt vaker normaal bevonden. Ouders blijken het overgewicht van hun kind ook meestal af te doen met ‘babyvet’. Maar kennelijk zijn we ook minder dan vroeger bereid om actief bezig te zijn met onze kinderen. Neem een wandeling in het bos: ik sprak laatst met een leraar en die vertelde dat zijn kinderen daar vragen waar het stopcontact is. Of waar de leeuwen zitten... Zulke dingen baren mij zorgen.”

“Het moet ook beginnen bij de ouders”, meent een aanwezige. “En bij werkgevers” vult een bedrijfsarts uit Amsterdam aan. “Sport moet een normaal onderdeel van het werk zijn en werkgevers kunnen het goede voorbeeld geven. Zo ken ik een organisatie die iedere nieuwe werknemer een grillpan cadeau deed, inclusief een boekje met gezonde recepten. Daarnaast kreeg iedereen een check-up en een gezondheidsadvies. Vergeet niet: het is ook in het belang van werkgevers dat mensen niet te dik zijn en ziek worden.”

Clémence Ross: “Interessant. Maar dit kabinet vindt zoiets betuttelend...” Een klein meisje zegt: “Wij hadden een project op school waarbij iedereen iets ging vertellen over een leuke sport. Sommige kinderen hadden geen sport maar gingen wel op een club door de verhalen van de andere kinderen. Nu hebben wij een veel beter team dan eerst.” Ross besluit: “Dat is dus hoe het begint.”

Clémence Ross: ‘Het bedrag aan AWBZ dat we per jaar betalen is al een van de hoogste in Europa. We moeten wat doen, anders wordt het echt onbetaalbaar.’

Zorg goed voor het personeel

Van snoepgigant tot ziekenhuisbestuurder

Ziekenhuis Bernhoven bouwt in Uden een nieuw ziekenhuis dat in 2020 klaar moet zijn. Hoe zou het eruit moeten zien, wil Peter Bennemeer (lid Raad van Bestuur ziekenhuis Bernhoven) weten. Suggesties komen niet zozeer voor de inrichting maar meer over de gewenste manier van werken.

Lees meer
Verslag

Zorg goed voor het personeel

Sprekers

Peter Bennemeer

Het nieuwe ziekenhuis in Uden grenst aan een natuurgebied, waar nog veel voorzieningen omheen gebouwd kunnen worden. Peter Bennemeer hoort graag wat volgens de bezoekers nog verbeterd kan worden in de inrichting. Op zijn iPad laat hij ontwerptekeningen van het nieuwe gebouw rondgaan.

Bennemeer komt uit de levensmiddelenindustrie en werkte bij een snoepfabrikant. Het grote verschil met de zorg vindt de bestuurder dat de consument in de industrie wel centraal staat en in de zorg niet. Dat gaat straks veranderen in Uden. Het ziekenhuis wordt voorzien van een zorghotel, hotelruimtes en huiskamers. Ook kunnen patiënten straks zelf hun eten kiezen. Daardoor eten mensen beter en is de hoeveelheid eten die wordt weggegooid te verwaarlozen. Ramen worden extra groot, van boven naar beneden. Dit moet de patiënten meer een thuisgevoel geven. “Opmerkelijk,” vindt een van de toehoorders, zelf afkomstig uit de zorg. “Ik dacht juist dat mensen snel naar huis moesten.”

“Dokters denken dat tijd van patiënten niet kostbaar is”, merkt een van de aanwezige heren op. Hij zou daarom graag al zijn afspraken in het ziekenhuis op dezelfde dag hebben. En uitslagen telefonisch bespreken met de specialist. Een andere suggestie voor Uden is om een huisarts bij de spoedeisende hulp in te brengen. Zo wordt minder gebruik gemaakt van dure hulp. Dat is al het geval in het huidige ziekenhuis Bernhoven in Veghel, dus dat beleid wordt voorgezet. Om mensen enthousiast te maken voor het werken in de zorg, gaat het ziekenhuis bovendien samenwerken met het ROC, vertelt Bennemeer. Een deel van het nieuwe complex wordt daar straks voor gebruikt.

’s Avonds en in het weekend afspraken maken, is een andere suggestie uit een publiek. Bennemeer is het daarmee volmondig eens. “De ziekenhuizen hebben nu veel overcapaciteit. Als de ‘winkeltijden’ verlengd kunnen worden, houden artsen meer geld over.” Ziekenhuizen zouden flexibeler moeten zijn in de contracten die ze aanbieden aan hun personeel. Ook speciale ‘moedercontracten’ zouden kunnen helpen om meer mensen in de zorg aan te trekken. ‘Zorg goed voor het personeel’ is het laatste advies dat de bestuurder krijgt. Bijvoorbeeld met kinderopvang, zodat ouders hun werk gemakkelijker met kinderen kunnen combineren. En laat de kantine open zijn in het weekend, zodat de verpleegkundigen ook fatsoenlijk kunnen eten. Zet dus niet alleen de patiënt centraal, maar ook de mensen die het werk moeten doen.

‘Ziekenhuizen hebben nu veel overcapaciteit. Verleng de ‘winkeltijden’ dan houden artsen meer geld over’, stelt Peter Bennemeer.

Nadenken over een waardige oude dag

In gesprek met Ivo van Woerden

Journalist en verpleegkundige Ivo van Woerden deed onderzoek naar de ouderenzorg. Hij ging ‘undercover’ in een verpleeghuis en schreef er een boek over. Zijn kijk op de ouderenzorg is somber. De zorg is onpersoonlijk en gericht op efficiëntie.

Lees meer
Verslag

Nadenken over een waardige oude dag

Sprekers

Ivo van Woerden

Ivo van Woerden, journalist van HP De Tijd én verpleegkundige, begint zijn verhaal met confronterende cijfers. Er zijn nu 2,6 miljoen 65-plussers in Nederland, en iedere drie minuten komt er eentje bij. In 2038 zijn er 4,6 miljoen 65-plussers. Twee jaar geleden kostte de zorg in Nederland ons al 83,8 miljoen euro. Dat wordt alleen maar meer: hoe ouder mensen worden, hoe meer zorgkosten. Bovendien zijn er veel verzorgenden nodig om voor al die mensen te zorgen.

Van Woerden solliciteerde naar een functie in een verpleeghuis en werd aangenomen. “Bij het sollicitatiegesprek zeiden ze al: ‘Weet waar je al begint!’ Ik werkte er twee maanden. Toen was ik op. De zorg is zo uitgehold. Het is een dagelijkse race tegen de klok. Het is heftig, onpersoonlijk en schrijnend. Maar het gaat ons persoonlijk ook raken. Wie moet straks mijn ouders verzorgen? Wie moet mij verzorgen? Daar moeten we nu al over nadenken.”

Een van de aanwezigen is zelf manager in de zorg geweest. “Ik vind dat in zo’n belastende baan meer moet worden geïnvesteerd in de verzorgenden. Zij worden vaak ook maar aan hun lot overgelaten. Daarom is er ook zoveel ziekteverzuim.” Een ander ziet de problemen vooral ontstaan door de financiering. De financiering gaat op basis van het zorgzwaartepakket: de omschrijving van hoeveel en welk soort zorg en begeleiding iemand nodig heeft. En dat berekend per minuut. Iemand anders zegt: “Als ik aan de verpleegkundige vraag hoe het gaat met mijn moeder in het verpleeghuis, dan zegt zij dat de tijd van haar antwoord wel afgaat van de tijd die ze aan mijn moeder kan besteden.” De mens wordt in het verpleeghuis gezien als product, waarbij je per minuut berekent welke zorg nodig is. Maar dementie verschilt per dag. Daar kun je geen pakket op afstemmen.

Een somber verhaal. En met de steeds sterker wordende vergrijzing wordt het alleen maar slechter. Wat te doen? “We moeten in opstand komen, we moeten het niet meer pikken!” zegt een van de aanwezigen. Ivo van Woerden kent wel een voorbeeld van ouderenzorg die goed uitpakt: “Herbergier, een woonplek voor vijftien mensen met geheugenproblemen zoals dementie of alzheimer. Hiervan zijn er nu negen in Nederland. De woonplek heeft geen managementlagen. Daardoor kan deze kleinschalige opvang voor hetzelfde geld, of zelfs goedkoper dan de reguliere zorg.”

Van Woerden zegt tot slot: “Het is belangrijk om ouderen zo lang mogelijk een zo prettig mogelijk leven te geven. Daarom praat ik nu veel over dit onderwerp. Ik ben ook in de Tweede Kamer geweest. Daar wilden ze graag van mij horen hoe ze het probleem moeten oplossen. Maar ik heb de oplossingen ook niet. Ik kan er alleen maar over vertellen. Maar bedenk vooral dat als jouw ouders straks zorg nodig hebben, het wel beter moet dan nu.”

Ivo van Woerden: ‘Als jouw ouders straks zorg nodig hebben, moet het beter zijn dan nu.’
‘Als ik aan de verpleegkundige vraag hoe het gaat met mijn moeder dan zegt zij dat de tijd van haar antwoord wel afgaat van de tijd die ze aan mijn moeder kan besteden,’ zegt een aanwezige.

Zonder tegenslag geen succes

In gesprek met Erben Wennemars

Aan de naam van schaatser Erben Wennemars is een lange lijst van successen en medailles verbonden. Eremetaal in alle kleuren hangt in zijn prijzenkast. Dit verhaal gaat echter niet over zijn successen. “Laten we het hebben over wat ik niet gehaald heb. Ik heb fouten gemaakt en teleurstellingen gehad, maar ik heb ervan geleerd. Dat wil ik met jullie delen.”

Lees meer
Verslag

Zonder tegenslag geen succes

Sprekers

Erben Wennemars

Als voorbeeld noemt Wennemars zijn val tijdens de tweede 500 meter op de Olympische Spelen van 1998 in Nagano. De vooruitzichten waren goed voor hem. Wellicht goud op de 500 meter en prima medaillekansen voor de 1000 en 1500 meter. Door zijn val waren de kansen verkeken. Een grote teleurstelling. “Juist als het tegenzit kan je laten zien wie je bent. Je ware aard komt dan boven”, zegt hij.
Nadat Wennemars door zijn val was uitgeschakeld vroeg Marianne Timmer hem om haar coach te zijn voor de rest van de Olympische Spelen in Nagano. Daar ging hij vol voor. En hij werd er sterker door. De media waardeerden zijn optreden en na terugkomst bombardeerde Nederland hem tot nationale knuffelbeer.

Wennemars gelooft in zijn ontdekking dat je als mens tegenslag moet hebben gekent om succesvol te kunnen zijn. Hij is wat dat betreft ervaringsdeskundige. De Olympische Spelen in Vancouver zag hij aan zijn neus voorbij gaan, door een tekort van eenhonderdste seconde op de 1500 meter. Een enorme teleurstelling. Toch is hij naar Vancouver afgereisd om, ondanks zijn uitschakeling, alles mee te maken en voor de NOS op zijn eigen manier verslag te doen. Hij oogstte er in de sportwereld enorm veel waardering mee. “Vancouver heb ik écht meegemaakt, ondanks dat ik niet geplaatst was!”

Wennemars is een keiharde knokker. Hij trainde voor de verschillende toernooien op een bijna onmenselijke manier. Thuis was hij niet te genieten en van zijn staf eiste hij dezelfde ´drive´. Pas na zijn schaatscarrière heeft hij geleerd onzekerheid te tonen. “Onzekerheid is goed, het geeft energie”. Tijdens zijn actieve loopbaan durfde hij dat niet en achteraf zegt hij dat dat niet goed is geweest. “Juist die onzekerheid geeft de ruimte voor persoonlijke groei.” Als drijfveren noemt hij verder intrinsieke motivatie, zingeving en autonomie. Blijf dicht bij jezelf is zijn devies. Dat is de basis van persoonlijk succes. “Doe wat je zelf leuk vindt en waar je zelf goed in bent en denk niet in beperkingen”, geeft hij de toehoorders mee.

Erben Wennemars: ‘Als het eens tegenzit kan je laten zien wie je werkelijk bent. Je ware aard komt dan boven’.

Je bent wie je kiest te zijn

Het meisje met negen pruiken

Sophie van der Stap was 21 en studeerde politicologie toen ze in 2006 kanker kreeg. Ze kocht negen pruiken en zetten haar gedachten op papier. Het werd een succesvol boek over haar ziekte en herstel. “Met mijn pruiken kon ik doorgaan”.

Lees meer
Verslag

Je bent wie je kiest te zijn

Sprekers

Sophie van der Stap

“Met dertien maanden chemo heb ik wel anderhalf jaar met een kaal koppie rondgelopen. Maar met een kaal hoofd heb ik me nooit getoond”, begint ze haar verhaal. “Ik wilde gewoon doorgaan. En dat kon ik met mijn pruiken. Door ze te dragen en ze een naam te geven, kwamen verschillende kanten van mijn persoon naar buiten. Het was mijn manier om met mijn ziekte om te gaan.”

“Acht maanden lang heb ik geprobeerd om de kanker weg te duwen. Maar het lukte niet. Maar met een pruik op, was het mijn tijd. Een pruik bij een pruikenwinkel kost wel 700 euro, waarvan je een deel terugkrijgt van de ziektekostenverzekeraar. Die van de theaterwinkel waren veel goedkoper. Ik had allerlei soorten: vlammend rood, kort blond en een pruik met lange krullen. Ik gaf ze allemaal namen en ik was met elke pruik een ander persoon. Ze waren tijdens mijn ziekte een echte energyboost.”

Als ze enkele passages voorleest, is het stil. Sophie van der Stap hoopt dat haar boek hoop geeft aan haar lezers. De kanker heeft haar ook iets goeds gebracht. “Zonder mijn ziekte was ik geen schrijver geweest. Je bent je lot, maar je bent ook wie je kiest om te zijn.”

Sophie van der Stap: ‘Je bent je lot, maar je bent ook wie je kiest om te zijn.’

Het meisje dat weer kan lopen

In gesprek met Monique van der Vorst

Monique van der Vorst (26), oud-paralympisch topsporter, begint haar verhaal. “Ik ben Monique en ik loop.” Het lijken simpele woorden maar wat een wereld van ellende gaat er achter schuil.

Lees meer
Verslag

Het meisje dat weer kan lopen

Sprekers

Monique van der Vorst

Haar verhaal is bij velen inmiddels bekend. Een gewoon meisje van 13 moet een onschuldige operatie ondergaan, krijgt dystrofie, houdt er een verlamd been aan over en belandt in een rolstoel. “Ik had nog nooit iets ergs meegemaakt”, vertelt ze. “Je bent 13 en wordt opeens uit de samenleving gerukt, je zit in een revalidatiecentrum. Heel confronterend; je bent in één klap volwassen en moet voor je gezondheid knokken.”

Het been wordt niet beter en ze stort zich op de sport. Ze gaat handbiken: fietsen, waarbij je je voortbeweegt met je armen. “Dat ging heel goed”, gaat ze verder. “Ik ging meedoen aan wedstrijdjes en opeens was ik wereldkampioen.” Er komen sponsorcontracten uit Amerika. Na haar vwo en studie bewegingswetenschappen vertrekt ze naar Amerika. En daar gaat het mis. Ze wordt aangereden, vliegt door de lucht en eindigt in het ziekenhuis met een dwarslaesie. Ze raakt volledig verlamd en loopt hersenschade op. Toch wil ze meedoen aan de Paralympische Spelen. Ze zet ‘de knop om’, traint, traint, traint en haalt Peking. Met twee zilveren medailles bereikt ze haar doel.

Dan gaat ze gaat trainen op Mallorca. En weer krijgt ze een ongeluk. Ze krijgt spasmen in haar lichaam en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Na veel onderzoek en testen is de conclusie dat haar benen nog steeds verlamd zijn. Toch kan ze af en toe haar hand bewegen. En opeens voelt ze een tinteling in haar voet. Na een lange periode van revalidatie kan ze haar benen een beetje bewegen en uiteindelijk weer lopen. De medici staan voor een raadsel. Niemand weet hoe dit mogelijk is.

Het is zo’n ongelooflijk verhaal, maar ze vertelt het vrij laconiek. “Tja”, zegt ze lachend. “Toen ik gehandicapt was, was ik topsporter. Nu ben ik een kneusje. Het is mijn droom om ooit te kunnen rennen. Handbiken doe ik niet meer, ik mag niet meer meedoen aan wedstrijden, want ik ben niet meer gehandicapt.”

In het publiek wil iemand graag weten hoe het nu met haar lichamelijke gesteldheid is? “Ach”, zegt ze. “Ik heb osteoporose. Daardoor heb ik al een paar keer wat botten gebroken. Die botten blijven broos, dus ik moet wel voorzichtig zijn.” Ze brengt dit als een zijdelingse mededeling. Lastig, maar er zijn ergere dingen. En zo staat ze ook in het leven, ze heeft al zoveel meegemaakt dat dit eigenlijk bijzaak is. Nu is ze bezig een boek te schrijven. Een autobiografie. Een uitgever heeft zich al aangediend. “Ik probeer in mijn boek uit te leggen hoe ik met alle ellende ben omgegaan, misschien kan ik daarmee andere mensen helpen.”

‘Toen ik gehandicapt was, was ik topsporter. Nu ben ik een kneusje,’ aldus Monique van der Vorst.

De Grote Donorshow heeft niets veranderd

In gesprek met Patrick Lodiers

BNN-voorzitter Patrick Lodiers is teleurgesteld dat de commotie rondom De Grote Donorshow weinig verandering bij de overheid teweeg heeft gebracht. Het registratiesysteem voor donoren is nog steeds niet gewijzigd. Het gesprek gaat over het belang van een goed registratiesysteem vanuit de overheid maar ook over de verantwoordelijk van het individu om de keuze voor het wel of niet donor zijn kenbaar te maken.

Lees meer
Verslag

De Grote Donorshow heeft niets veranderd

Sprekers

Patrick Lodiers

Niet geheel verbazingwekkend bestaan de toehoorders voornamelijk uit jongeren. En al snel gaat het over de De Grote Donorshow. Patrick Lodiers geeft aan dat ondanks de grote commotie rondom het programma, dit helaas weinig heeft opgelost. Het heeft wel donoren opgeleverd maar er bestaan nog steeds lange wachtlijsten. BNN pleitte voor een ander registratiesysteem, de overheid heeft dit niet overgenomen. Al snel blijkt dat Lodiers en de jongeren niet begrijpen waarom Nederland niet hetzelfde systeem heeft als in België. Daar is iedereen in principe automatisch donor tenzij anders door die persoon aangegeven.

Maar de vraag rijst ook: waarom zijn zo weinig mensen in Nederland donor? Lodiers vindt dat de overheid meer manieren moet verzinnen zodat mensen kenbaar kunnen maken of ze wel of geen donor willen zijn. Door bijvoorbeeld op belastingformulieren een vakje toe te voegen met de keuze tussen wel of geen donor. De overheid heeft inmiddels namelijk wel geregeld dat je via DigiD kunt aangeven of je wel of geen donor wilt zijn. Toch vullen mensen dit nog steeds niet in. Hij denkt dat door de discussie over het Elektronisch Patiënten Dossier mensen bang zijn geworden voor misbruik van hun privacygegevens. De jongeren beamen dat.

Een jongen vraagt zich af waarom verzekeraars zich niet in de discussie mengen. Hij stelt voor dat iedereen die bij een verzekeraar aangeeft wel of geen donor te zijn een aantal euro korting krijgt. Een andere vrouw geeft aan dat ook het taboe doorbroken moet worden dat mensen denken dat donoren minder goede zorg krijgen in het ziekenhuis omdat ze de organen goed kunnen gebruiken. Lodiers vraagt zich af wie van het gezelschap eigenlijk allemaal donor is. Bijna iedereen steekt zijn hand omhoog. Een meisje heeft geen donorcodicil omdat ze het lastig vindt om een keuze te maken en omdat ze dan aangeeft dat ze iemand eigenlijk niet wilt helpen. Lodiers wijst erop dat je altijd je keuze kan veranderen, donor zijn is niet onomkeerbaar. En dat uiteindelijk maar 1 op de 125.000 donoren ook echt als donor gebruikt wordt. Hij hamert er wel op dat je je keuze kenbaar moet maken, wat deze ook is. “Ook voor je familie”, zegt een jongen. Iedereen knikt.

Patrick Lodiers: ‘Of je nu kiest of wel of geen donor te zijn, maak het kenbaar.’

Contact

Hebt u vragen over de Conventie van Achlum?
Mail uw vraag naar Achmea200jaar@achmea.nl

U ontvangt zo spoedig mogelijk een antwoord.

Inloggen

Wachtwoord vergeten?